Samenvatting van wetenschappelijk bewijs · Onderzoek naar borstchirurgie

Wat zegt onderzoek over pijnstilling na een borstvergroting?

Gerandomiseerde onderzoeken naar pijnstilling na een borstvergroting met implantaten rapporteren uiteenlopende bevindingen. Deze review maakt onderscheid tussen blokkadetechnieken, onderzoeksgroepen en follow-upperioden, waaronder één onderzoek met verschillende ingrepen.

Geschreven door Team van Just Clinic Istanbul Gepubliceerd op 13 sep. 2026 8 min. leestijd

Belangrijkste bevinding

Gerandomiseerde onderzoeken naar pijnstilling na een borstvergroting met implantaten rapporteren uiteenlopende bevindingen. Deze review maakt onderscheid tussen blokkadetechnieken, onderzoeksgroepen en follow-upperioden, waaronder één onderzoek met verschillende ingrepen.

Pijn na een borstvergroting kan uit verschillende weefsels en mechanismen voortkomen, waaronder de incisie, het creëren van de implantaatruimte en, als een implantaat onder de grote borstspier wordt geplaatst, de betrokkenheid van die spier. Multimodale pijnstilling combineert methoden zoals niet-opioïde medicijnen en regionale anesthesie. Een blokkade van de borstzenuwen is een mogelijk onderdeel; het effect hangt af van de techniek, het tijdstip en de rest van het anesthesieplan. De onderzoeken hieronder bepalen geen regime dat voor iedereen geldt.

Deze namen verwijzen naar verschillende injectievlakken. Bij PECS I wordt lokaal anestheticum toegediend tussen de grote en kleine borstspier; de techniek is vooral bedoeld om de mediale en laterale borstzenuwen te beïnvloeden. PECS II voegt een dieper vlak toe tussen de kleine borstspier en de voorste zaagspier. Daardoor kan de verdoving zich verder uitstrekken naar laterale intercostale zenuwtakken en de borstwand. De S-PECS-techniek in het aangehaalde onderzoek combineerde PECS II met een blokkade in het vlak van de voorste zaagspier. Deze anatomie helpt verklaren waarom een blokkade tegen spiergerelateerde pijn mogelijk niet elke bron van ongemak vanuit de huid, het borstweefsel of de operatieruimte afdekt. De precieze verspreiding en het klinische effect variëren; deze beschrijvingen leggen het onderzoek uit en bevelen geen techniek aan. Multimodale zorg stemt aanvullende aanpakken op elkaar af, met als doel verschillende pijnroutes te behandelen en de afhankelijkheid van één medicijnklasse te beperken. [2]

In een prospectief, gerandomiseerd, dubbelblind onderzoek in twee centra analyseerden Aarab en collega’s 73 vrouwen die onder algehele anesthesie een cosmetische borstvergroting met implantaten ondergingen: 35 kregen vóór de incisie een PECS I- en II-blokkade en 38 niet. Beide groepen kregen een protocol voor multimodale pijnstilling, met paracetamol en een niet-steroïdaal ontstekingsremmend middel. De hoogste pijnscore op de numerieke beoordelingsschaal (NRS) van 0–10 in de eerste zes uur na extubatie was gemiddeld 3,9 (SD 2,5) met blokkade en 5,2 (SD 2,2) zonder blokkade; het gerapporteerde verschil was −1,2 punten (95%-BI −2,3 tot −0,1; p = 0,036). De maximale scores op postoperatieve dag 1–5 waren respectievelijk 2,2 (SD 1,9) en 3,2 (SD 1,7) (p = 0,032). Een NRS is een beoordeling door de patiënt van 0 (geen pijn) tot 10 (ergst denkbare pijn); een verschil van één punt tussen groepsgemiddelden voorspelt niet de score van één persoon. Het betrouwbaarheidsinterval geeft een bereik van effecten weer dat past bij de onderzoeksgegevens. Hier omvat het geen nul, maar de schatting is bescheiden en komt uit één onderzoek. [1]

In hetzelfde onderzoek was het cumulatieve opioïdgebruik, omgerekend naar orale morfine-equivalenten, lager in de groep met blokkade: mediaan 0 mg [0–21] tegenover 21 mg [0–31,5] van uur 6 tot dag 1 (p = 0,006) en 0 mg [0–21] tegenover 21 mg [0–51] op dag 1–5 (p = 0,002). Het abstract definieert de waarden tussen vierkante haken niet; noem ze daarom geen betrouwbaarheidsintervallen of interkwartielafstanden. Een lagere groepsmediaan betekent niet dat iedere deelnemer geen opioïden gebruikte. [1]

Een veel kleiner, placebogecontroleerd split-body-onderzoek testte alleen PECS I bij 14 vrouwen die een bilaterale subpectorale borstvergroting met implantaten ondergingen. Iedere deelnemer kreeg aan de ene zijde bupivacaïne en aan de andere zijde zoutoplossing en diende zo als haar eigen controle. De primaire uitkomst was pijn in rust, 30 minuten na aankomst op de verkoeverkamer: de gemiddelde NRS was 3,75 (95%-BI 3,13–4,37) aan de zijde met bupivacaïne en 4,00 (3,50–4,49) aan de zijde met zoutoplossing. Na 24 uur was het gemiddelde aan beide zijden 2,29 (95%-BI 1,56–3,01). Zes deelnemers meldden minder pijn op de verkoeverkamer aan de actieve zijde, vijf aan de placebozijde en drie geen verschil tussen de kanten. De auteurs vonden geen duidelijk voordeel van deze PECS I-methode. De betrouwbaarheidsintervallen van 95% overlappen aanzienlijk; ze tonen onzekerheid rond het gemiddelde aan elke zijde en bewijzen geen gelijkwaardigheid. Praktisch gezien toonde dit kleine onderzoek geen duidelijke aanvullende pijnvermindering met PECS I aan. [2]

Een afzonderlijk gerandomiseerd onderzoek in één centrum includeerde 30 vrouwen die een borstvergroting met siliconenimplantaten ondergingen. Vijftien kregen een gecombineerde blokkade van het vlak van de voorste zaagspier en PECS II (S-PECS); vijftien kregen zoutoplossing. Alle deelnemers werden gevolgd op de verkoeverkamer en na 4, 6 en 12 uur. De auteurs rapporteerden op elk gemeten tijdstip lagere pijnscores en meldden dat de kans dat de S-PECS-groep om pijnmedicatie vroeg 74% lager was (p < 0,05). Het abstract geeft geen aantallen gebeurtenissen, absoluut verschil of betrouwbaarheidsinterval. Een relatieve afname van verzoeken is geen gekwantificeerde vermindering van de opioïddosis; de observatie eindigde na 12 uur. [4]

Ciftci en collega’s verdeelden 90 patiënten willekeurig over een preoperatieve PECS I-groep, een postoperatieve PECS I-groep en een controlegroep (30 per groep). Hoewel de titel en het genoemde doel op borstvergroting betrekking hebben, vermeldt tabel 1 in de volledige tekst zowel borstverkleiningen als borstvergrotingen: de groepen omvatten respectievelijk 12, 17 en 10 borstvergrotingen. De uitkomsten worden niet per ingreep uitgesplitst. Het artikel meldt lagere VAS-pijnscores en minder opioïdgebruik in de preoperatieve groep, maar die resultaten kunnen niet uitsluitend aan patiënten met borstvergroting worden toegeschreven. De primaire uitkomst was opioïdgebruik gedurende de eerste 24 uur; pijn werd gemeten met een visuele analoge schaal (VAS) van 0–10 na 1, 2, 4, 8, 16 en 24 uur. In de tabel staan opioïdwaarden zonder eenheid; daarom kunnen ze hier niet als dosis worden geïnterpreteerd. [3]

De onderzoeken stellen verwante, maar verschillende vragen. In de grootste directe studie werden PECS I en II toegevoegd aan een standaard medicatieprotocol en werden de uitkomsten vijf dagen gevolgd. Het split-body-onderzoek vergeleek alleen PECS I met zoutoplossing in een zeer kleine steekproef. De S-PECS-studie testte twee blokkadevlakken tegelijk, maar rapporteerde in het abstract alleen een relatief resultaat voor verzoeken om medicatie. De studie van Ciftci vergeleek het tijdstip van de blokkade, maar combineerde borstverkleiningen en -vergrotingen. De uitkomsten en onderzoeksgroepen mogen niet informeel worden samengevoegd tot één schatting.

Multimodale pijnstilling houdt in dat meer dan één aanpak wordt afgestemd; het betekent niet dat iedere patiënt een zenuwblokkade nodig heeft of opioïden altijd kan vermijden. Deze onderzoeken maten vooral kortetermijnpijnscores en medicijngebruik. Ze stellen niet vast dat een blokkade de armfunctie, het ontslagtijdstip, wondgenezing, werkhervatting, toestemming om te sporten of reisgeschiktheid verbetert. Het onderzoek met 14 deelnemers rapporteerde geen complicaties die aan de blokkade waren gerelateerd, maar de steekproef is veel te klein om de veiligheid vast te stellen of zeldzame schade uit te sluiten. Individuele beslissingen horen thuis bij het behandelend anesthesie- en operatieteam.

Vraag hoe de geplande implantaatruimte en incisie samenhangen met het pijnplan en of de verwachte kosten en de genoemde kosten van een borstvergroting in Turkije dezelfde zorgomvang betreffen. Laat afzonderlijk bevestigen of verblijf, vervoer, medicijnen of follow-up zijn inbegrepen in een eventueel pakket voor borstvergroting; een label als ‘inclusief’ zegt niets over de klinische geschiktheid.

  • Welke weefsels en implantaatruimte zijn betrokken bij de geplande operatie en wat kan dat betekenen voor de te verwachten pijn?
  • Welke medicijnen en regionale technieken maken deel uit van het voorgestelde pijnplan en welk bewijs ondersteunt juist die combinatie?
  • Wat zijn voor deze patiënt de verwachte voordelen, risico’s en alternatieven van de voorgestelde blokkade?
  • Hoe worden pijn en behandeling beoordeeld als de eerste aanpak onvoldoende werkt, ook na ontslag?
  • Welke alarmsymptomen vragen om dringend klinisch advies en met wie kan de patiënt contact opnemen?
Borstvergroting, afbeelding 13196 — Just Clinic Istanbul Borstlift met implantaten, afbeelding 13210 — Just Clinic Istanbul

De volledige teksten van de onderzoeken van Desroches en Ciftci waren beschikbaar. Deze review steunt voor Aarab en Sforza op abstracts; details die daarin ontbreken worden niet aangevuld. De auteurs van Desroches meldden steun van de afdeling, maar geen externe financiering, en vermeldden dat één auteur een vergoeding had ontvangen voor een congres van Allergan in 2017. Ciftci en collega’s verklaarden dat het onderzoek geen financiering had en dat er geen belangenconflicten waren. Financiering en belangenverklaringen konden niet worden geverifieerd aan de hand van de geraadpleegde abstracts van Aarab en Sforza. In de PubMed/PMC-records die op 18 oktober 2026 zijn gecontroleerd, stond geen melding van een correctie of intrekking; die controle van de records is geen onafhankelijk bewijs dat zulke meldingen ontbreken.

Just Clinic Istanbul is een onafhankelijk marketing- en leadgeneratieplatform, geen zorgverlener of tussenpersoon voor medisch toerisme. Aanvragen kunnen met toestemming worden gedeeld met bevoegde zorgpartners.

  1. Aarab Y, Ramin S, Odonnat T, Garnier O, Boissin A, Molinari N, Marin G, Perrigault P-F, Cuvillon P, Chanques G. “Pectoral Nerve Blocks for Breast Augmentation Surgery: A Randomized, Double-blind, Dual-centered Controlled Trial.” Anesthesiology. 2021;135(3):442–453 (nummer van 1 september 2021); online gepubliceerd op 28 juni 2021. DOI: 10.1097/ALN.0000000000003855; PMID: 34195767.
  2. Desroches J, Roy M, Belliveau M, Leblanc B, Beaulieu P. “PECS I block for postoperative analgesia in patients undergoing breast augmentation surgery: a randomized double-blind placebo-controlled study.” Brazilian Journal of Anesthesiology. 2020;70(4):333–342 (nummer juli–augustus); online gepubliceerd op 12 juli 2020. DOI: 10.1016/j.bjane.2020.07.004; PMID: 32792131; volledige tekst: PMC9373589.
  3. Ciftci B, Ekinci M, Celik EC, Karaaslan P, Tukac IC. “Ultrasound-guided pectoral nerve block for pain control after breast augmentation: a randomized clinical study.” Brazilian Journal of Anesthesiology. 2021;71(1):44–49 (nummer januari–februari); online gepubliceerd op 25 december 2020. DOI: 10.1016/j.bjane.2020.12.004; PMID: 33712252; volledige tekst: PMC9373212.
  4. Sforza M, Saghir R, Saghir N, Husein R, Okhiria R, Okhiria T, Sidhu M, Poojary M. “Assessing the Efficacy of the S-PECS Block in Breast Augmentation Surgery: A Randomized, Double-Blind, Controlled Trial.” Plastic and Reconstructive Surgery. 2024;153(1):1e–9e (nummer van januari 2024); online gepubliceerd op 4 april 2023. DOI: 10.1097/PRS.0000000000010492; PMID: 37010475.

Garandeert een blokkade van borstzenuwen minder pijn na een borstvergroting? +

Nee. Onderzoeken rapporteren verschillende resultaten voor uiteenlopende blokkadetechnieken en protocollen; een blokkade garandeert geen individuele uitkomst.

Betekent multimodale pijnstilling dat opioïden worden vermeden? +

Nee. Het combineert verschillende manieren van pijnstilling. Sommige onderzoeksgroepen gebruikten gemiddeld minder opioïden, maar dat betekent niet dat alle deelnemers opioïden vermeden.

Hoe lang volgden de onderzoeken patiënten? +

De follow-up varieerde per onderzoek van metingen op de verkoeverkamer en 12 uur tot 24 uur of vijf postoperatieve dagen.

Gebruik bewijs om gerichter door te vragen

Met uw toestemming kan een aanvraag worden gedeeld met bevoegde zorgpartners die uw situatie beoordelen.

Gratis consult
Vraag via WhatsApp Stuur ons 24/7 een bericht via WhatsApp.